Schrijf hier in voor onze nieuwsbrief
  • Maandelijkse e-magazine
  • Wekelijkse updates
  • 60.000 lezers!

Vul hier uw e-mail in:

Vastgoedvergelijker

Update leegstand en btw

In mijn bijdrage van 26 februari jl. ben ik ingegaan op de btw-gevolgen van leegstand en heb ik aandacht besteedmatthijs van der wulp aan een procedure die aanhangig was bij de Hoge Raad over dit onderwerp. Mijn conclusie was dat het verstandig zou zijn als de Hoge Raad aan het HvJ EU middels een prejudiciële vraag om uitleg zou vragen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat hij dit niet nodig acht en heeft zelf een beslissing genomen. Het is daarom tijd voor een update van de btw-gevolgen van leegstand. In deze bijdrage ga ik in op de beslissing van de Hoge Raad en de consequenties hiervan voor de vastgoedpraktijk.

Casus

In de procedure die aan de Hoge Raad is voorgelegd gaat het om een vastgoedexploitant aan wie in 2003 een kantoorpand is opgeleverd. Omdat de vastgoedexploitant het kantoorpand vrijgesteld van btw verhuurde is de btw op de bouwkosten van het kantoorpand volledig in aftrek gebracht en is in het tijdvak van ingebruikneming een integratieheffing (per 1 januari 2014 is de integratieheffing afgeschaft) van € 294.162 aangegeven over de totale voortbrengingskosten (bouwkosten, leges en waarde grond) van het kantoorpand. De integratieheffings-btw is door de vastgoedexploitant vanwege de btw-vrijgestelde verhuur in het geheel niet in aftrek gebracht. Het kantoorpand is tot 1 augustus 2008 btw-vrijgesteld verhuurd. Vanaf die datum heeft het kantoorpand tot 1 juli 2011 leeggestaan. Gedurende deze leegstandsperiode had de vastgoedexploitant het voornemen om het kantoorpand met btw te gaan verhuren. Dit voornemen bleek uit de documentatie van de door de vastgoedexploitant ingeschakelde makelaar waarin stond dat btw-belaste verhuur het uitgangspunt was. Vanaf 1 juli 2011 is het kantoorpand btw-belast verhuurd.

In het vierde kwartaal van 2010 heeft de vastgoedexploitant € 29.416 (1/10 van € 294.162), de herzienings-btw die betrekking had op het jaar 2010 (de herzieningstermijn voor vastgoed is het boekjaar van ingebruikneming plus de daaropvolgende negen boekjaren), teruggevraagd. De fiscus heeft de teruggaaf verleend, maar na een boekenonderzoek alsnog deze herzienings-btw nageheven omdat het btw-belaste gebruik in 2010 ontbreekt. Nadat Rechtbank Arnhem de vastgoedexploitant in het gelijk stelt, wordt door de staatssecretaris sprongcassatie (d.w.z.: de fase van hoger beroep bij het hof wordt overgeslagen) ingesteld bij de Hoge Raad.

Hoge Raad

Hoewel Advocaat-Generaal Van Hilten (hierna: de A-G) de visie van de rechtbank deelde, adviseerde zij de Hoge Raad om toch aan het HvJ EU om opheldering te vragen. Uit de fiscale literatuur blijkt namelijk dat het niet zonneklaar is of de visie van de rechtbank in overeenstemming is met het Europese btw-recht. De Hoge Raad heeft dit advies naast zich neergelegd. Naar het oordeel van de Hoge Raad is het redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar dat de vastgoedexploitant in de omstandigheden van deze procedure recht heeft op teruggaaf van de herzienings-btw.

Commentaar

Laat ik vooropstellen dat ik het onbegrijpelijk vind dat de Hoge Raad -in weerwil van het advies van de A-G- niet om uitleg heeft gevraagd aan het HvJ EU. Als er door diverse btw-specialisten -waaronder ondergetekende- in de fiscale literatuur is aangegeven dat het allerminst zeker is of het oordeel van de rechtbank door de Europeesrechtelijke beugel kan en een A-G bevestigt dat er verschillend over gedacht kan worden dan ligt het toch niet voor de hand om te doen alsof er geen twijfel mogelijk is? Wat er ook van zij, de Hoge Raad heeft een beslissing genomen en op basis van die beslissing is tussentijdse leegstand voor de btw aftrekgerechtigd gebruik als het voornemen bestaat tot btw-belaste verhuur.

Het voorgaande betekent dat als u (vanwege aanvankelijke btw-vrijgestelde verhuur) de aanschaf-btw dan wel de integratieheffings-btw niet in aftrek hebt gebracht en u gedurende de tussentijdse leegstand het voornemen hebt tot btw-belaste verhuur (en dit voornemen te bewijzen is, bijv. aan de hand van documentatie van de ingeschakelde makelaar) u in de laatste btw-aangifte van het herzienings(boek)jaar dient te verzoeken om teruggaaf van (maximaal) 1/10e van de niet afgetrokken aanschaf-btw of integratieheffings-btw. Wanneer u bij de Belastingdienst nog geregistreerd staat als vrijgesteld presterende btw-ondernemer en u nog geen btw-aangiften indient verdient het aanbeveling om voor het begin van het laatste kwartaal van 2014 te verzoeken om de uitreiking van btw-aangiftebiljetten zodat u de btw-teruggaaf tijdig kunt effectueren.

Maar hoe zit het met de reeds verstreken herzieningsjaren? Kunt u op grond van de beslissing van de Hoge Raad alsnog herzienings-btw terugvragen over de reeds verstreken herzieningsjaren? Het antwoord op deze vraag luidt naar mijn mening ontkennend. Dit is slechts anders indien er nog een btw-bezwaar of -beroepsprocedure over (het laatste aangiftetijdvak van) dit herzieningsjaar aanhangig is. Raadpleeg in dat geval uw btw-adviseur. Dit laatste is ook verstandig om te doen wanneer de tussentijdse leegstand plaatsvindt in het (boek)jaar waarop het (kantoor)pand in gebruik genomen (is. In dat geval gelden namelijk afwijkende herzieningsregels.

Matthijs van der Wulp

Mr. M.D.J. (Matthijs) van der Wulp LLM is partner bij Van Driel Fruijtier btw-specialisten en als buitenpromovendus verbonden aan Tilburg University.

Door Redactie | Gepubliceerd op 23 juni 2014

Dit bericht is geplaatst in Algemeen
Tags: , , , .
LinkedIn Twitter NUjij
Print Friendly, PDF & Email