Schrijf hier in voor onze nieuwsbrief
  • Maandelijkse e-magazine
  • Wekelijkse updates
  • 60.000 lezers!

Vul hier uw e-mail in:

Vastgoedvergelijker

Arjan Endhoven

Foto van Arjan Endhoven Arjan studeerde Fiscale Economie aan de Universiteit van Amsterdam en is sinds 1999 aan de Belastingadviespraktijk van BDO in Amstelveen verbonden. Daarvoor werkte hij vijf jaar in de internationale corporate en vastgoedadviespraktijk van één van de grootste internationale accountants- en belastingadvieskantoren. In zijn dagelijkse praktijk is hij partner Belastingadvies en adviseert hij met name op het gebied van vennootschapsbelasting, internationaal belastingrecht en omzet- en overdrachtsbelasting. Tot zijn cliënten behoren o.a. hotelexploitanten, private vastgoedinvesteerders, projectontwikkelaars, private en publieke vastgoedfondsen en initiatoren, merchant banks en institutionele beleggers. Hij schreef diverse publicaties in vaktijdschriften, gaf les aan o.a. de NVM SOM en was spreker op en organisator van diverse seminars van BDO. Arjan is lid van de Vereniging Vastgoedfiscalisten. Voor BDO Nederland is hij de liaison partner in het real estate competence center van BDO International.
 
 
Meer artikelen van Arjan Endhoven

Recreatiewoning: Wel of geen woning?

bdo

Zijn recreatiewoningen in fiscale zin aan te merken als woning of bedrijfsruimte? Door rechtbanken worden over deze kwestie tegenstrijdige uitspraken gedaan. Voor de lokale heffingen en de overdrachtsbelasting bij verkoop maakt het nogal verschil.

Verdeelde rechtspraak
Rechtbank Gelderland heeft onlangs geconcludeerd dat recreatiewoningen kwalificeren als niet-woningen, omdat de woonfunctie ondergeschikt is aan de recreatieve functie en het verblijf meestal van niet-duurzame aard is. Deze uitspraak staat lijnrecht tegenover uitspraken van andere rechtbanken, die in soortgelijke procedures precies tot de tegenovergestelde conclusie kwamen en recreatiewoningen wel als woning aanmerkten. Over de uitspraak van rechtbank Gelderland is inmiddels een cassatieprocedure gestart.

Wat vindt de gemeente?
Onlangs heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) zich in de discussie gemengd. De VNG heeft de gemeenten geadviseerd om de lijn van rechtbank Gelderland te volgen en recreatiewoningen als niet-woning aan te merken voor de onroerendezaakbelastingen (OZB). De verwachting is dat gemeenten voor het aankomende belastingjaar recreatiewoningen dan ook massaal gaan benoemen als niet-woning.

Fiscale gevolgen
Het effect van deze sfeerovergang is aanzienlijk, met name voor de OZB en (bij overdracht) de overdrachtsbelasting.

Voor de lokale heffingen geldt dat voor woningen geen aanslag OZB kan worden opgelegd aan de gebruiker. Bovendien geldt dat de aanslag OZB tegen een lager tarief wordt vastgesteld voor de eigenaar van een woning dan van een niet-woning. De herbenoeming van niet-woning leidt tot een lastenverhoging zowel in de sfeer van de eigenaren- als de gebruikersheffing. Daarnaast kunnen gemeenten in de uitspraak van de rechtbank Gelderland aanleiding zien om aan recreatieparken een aanslag vermakelijkheidsretributie op te leggen.

Ook voor de rijksbelastingen kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn. De verlaging van het tarief voor overdrachtsbelasting van 6% naar 2% geldt bijvoorbeeld uitsluitend voor de verkrijging van woningen. Daarnaast heeft het aanmerken van recreatiewoningen als niet-woning ook gevolgen voor de waardering in de inkomstenbelasting.

Wat kunt u doen?
Mocht uw recreatiewoning(en) door de gemeente worden gekwalificeerd als niet-woning, dan adviseren wij u om hiertegen bezwaar aan te tekenen. De wet- en regelgeving bieden voldoende aanknopingspunten om het standpunt in te nemen dat recreatiewoningen moeten worden aangemerkt als woning.

Door Arjan Endhoven | Gepubliceerd op 12 november 2015