Schrijf hier in voor onze nieuwsbrief
  • Maandelijkse e-magazine
  • Wekelijkse updates
  • 60.000 lezers!

Vul hier uw e-mail in:

Vastgoedvergelijker

‘Gemeente Leiden speculeert met vastgoedposities’

Een megalomaan plein, zoals het Betaplein in Leiden in de plannen wordt voorgesteld, staat lijnrecht AbramdeBoertegenover de urgente taken van een hedendaagse gemeente; het wegwerken van een negatieve grondbalans. Zeker aangezien veel gemeenten problemen hebben om de bestaande hoeveelheid openbare ruimte te onderhouden en in stand te houden. In plaats daarvan investeert Leiden in projectontwikkeling  middels onteigening van private gronden. Dat meent architect Abram de Boer. Hij doet een promotie-onderzoek naar de oorzaken en mogelijke oplossingen voor gebouwenleegstand.

Het uitbreiden van de taak van de gemeente middels het aanleggen van dergelijke pleinen brengt naast een onderhoudsverantwoording ook een maatschappelijke verantwoording met zich mee. Verkwisting van publiek geld ten bate van grote openbare ruimten , zoals het Betaplein, is zowel op de korte als lange termijn per definitie niet handig.

Op de korte termijn betekent dit voor het Betaplein dat de ambities van de portefeuillehouder ruimtelijke ontwikkeling leidt tot toezeggingen om private partijen uit te kopen. Voor de toegang tot de parkeergarage van de ROC is reeds een private partij uitgekocht en voor het vergroten van het lege Betaplein dient ook de Ford-garage uitgekocht te worden. Welke toezeggingen zijn er door de gemeente voor de lange termijn gedaan aan partijen die reeds een positie in het gebied hebben? Het creëren van een groot plein voegt alleen meer publieke ruimte toe en beperkt de mogelijkheid voor functionele programma’s via privaat kapitaal op deze gronden.

Negatieve grondbalans

En dat terwijl de gemeente al kampt met een negatieve grondbalans en 296.538 vierkante meter welke niet maatschappelijk wordt gebruikt (Kadaster 2013). Dit is 2,5 vierkante meter per inwoner. Dat is een waarde van 5400 euro (gebaseerd op de gemiddelde vierkante meterprijs) op de gemeentebalans per inwoner wat ingezet wordt voor niet maatschappelijke doeleinden, hiervan staat ook een groot gedeelte leeg. Het onteigenen van partijen voor het faciliteren van een openbare ruimte waarvan de functionaliteit te betwijfelen valt, staat haaks op de maatschappelijke en economische verantwoording van een gemeente.

Op de lange termijn is de gemeente als (mede)eigenaar verantwoordelijk voor de negatieve invloeden van leegstaande panden en gronden voor de stad. Private investeringen kunnen alleen aangetrokken worden op basis van een goed functionerende openbare ruimte. Een groot plein aan de rand van de stad, zonder doorloop en intensief gebruik van mensen is een dis-functionele openbare ruimte. Goed functionerende openbare ruimten zijn meestal compact, goed gepositioneerd en verbonden aan de aanwezige straten en zonder overmaat. Als dat niet het geval is zullen private investeringen uitblijven en de kans op leegstand toenemen.

Wat Leiden wel zou moeten doen

De gemeente zou zich dus primair moeten richten op:

–  het in stand houden en faciliteren van de stedelijke structuur, lees: de openbare ruimte.

– duidelijk moeten weten welke aspecten, onderdelen of gebieden daarvan essentieel zijn in kwaliteit en tot de primaire taak behoren,

– concentratie van geld en middelen, mede door het afstoten van vastgoed en gronden is een prioriteit, niet het aankopen van vastgoed en gronden

– elke vorm van uitbereiding van het publieke domein in m2, typen ruimtes en faciliteiten moet voorkomen worden.

De ontwikkelingen rondom het Betaplein en de Lammerschansdriehoek te Leiden zijn exemplarisch voor het oude denken in ruimtelijke ontwikkelingen. Namelijk de gemeente die als projectontwikkelaar haar ambities probeert waar te maken. Het vroegtijdig betrekken van private partijen bij planvorming en het faciliteren van alle betrokken grondeigenaren bij gebiedsontwikkeling middels bottom-up ontwikkeling, is een noodzakelijke randvoorwaarde voor het creëren van draagkracht en waarde. Het is daarom gezien de huidige markomstandigheden uitermate onhandig om bestaande partijen, bewoners en belanghebbenden op voorhand uit te sluiten bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de gemeente Leiden dat laat zien.

Abram de Boer is Architect en promovendus en onderzoekt de oorzaken en mogelijke oplossingen voor gebouwenleegstand. Daarnaast heeft Abram toegepast onderzoek gedaan naar de randvoorwaarden voor een goed functionerend publiek domein welke bepalend is voor mogelijke private investeringen. 

Door Redactie | Gepubliceerd op 24 januari 2014

Dit bericht is geplaatst in Algemeen
Tags: , , , .
LinkedIn Twitter NUjij
Print Friendly, PDF & Email