Schrijf hier in voor onze nieuwsbrief
  • Maandelijkse e-magazine
  • Wekelijkse updates
  • 60.000 lezers!

Vul hier uw e-mail in:

Vastgoedvergelijker

Niek van Dijck

Foto van Niek van Dijck Niek van Dijck is de directeur van Schild Holland Fonds.
 
 
Meer artikelen van Niek van Dijck

Column Niek van Dijck, Voorzitter Vereniging Vastgoedfondsen

De gemiddelde leeftijd van een belegger in een vastgoedfonds is hoog. Deels wordt dit natuurlijk veroorzaakt door het feit dat de belegger de investering in een fonds gebruikt als aanvulling op zijn of haar pensioen, maar de vraag blijft staan waarom er nauwelijks dertigers zijn die in een vastgoedfonds investeren. Waarom sparen vele, vooral jonge, Nederlanders eerder dan hun geld (deels) om te zetten in stenen. Stenen bieden toch in het algemeen een gedegen rendement en de meeste stenen vallen niet om. De vraag rijst welke belemmeringen de markt oproept; is het onbekendheid met het product, is het te ingewikkeld, is het imago negatief of zijn de prospectussen simpelweg te dik en daardoor onleesbaar?

Onbekendheid met het product kan het mijns inziens niet zijn; de jongere generatie is opgegroeid met internet en heeft toegang tot alle mogelijke vormen van het al dan niet rendabel investeren van spaargelden. De markt van vastgoedbeleggingen is uitgegroeid tot een volwassen markt, zo werd bijvoorbeeld in de eerste drie kwartalen van 2010 voor ruim 1,3 miljard euro in Nederlands winkelvastgoed belegd. Ingewikkeld is een vastgoedfonds in essentie ook niet: geïnvesteerd kan worden in woningen of winkels (primaire levensbehoefte), kantoren of bedrijfsruimten (secundaire levensbehoefte) en hotels of horeca (tertiaire levensbehoefte). Voor alle sectoren geldt in essentie dat huur minus kosten resultaat is en daar een rendement uit voortvloeit. Het imagoprobleem van de sector is de laatste jaren breed uitgemeten in de pers, dat vormt een mogelijke belemmering, maar de branche is, al dan niet in samenwerking met wet- en regelgever, druk doende om te komen tot een vorm van zelfregulering waarbij uitwassen worden bestreden. Mijns inziens is hier echter nog veel winst te behalen. Tenslotte het probleem van onleesbare en te dikke prospectussen. Hierover wil ik graag met u van gedachten wisselen.

Zo langzamerhand vormen leveranciers van papier en degene die de drukpers bedienen de enige die zich mogen verheugen over de eindeloze reeks pagina’s (soms meer dan 150 !) die uiteindelijk een door de toezichthoudende instanties goedgekeurd prospectus van een vastgoedfonds vormen. Ook de toezichthouders zelf (AFM en STV), de belangenbehartigers van de investeerders, hebben veel werk om deze vastgoedbijbels te beoordelen.

Niet vreemd is het dan dat de uiteindelijke lezer het prospectus langzamerhand een enorme hindernis vindt en tureluurs wordt van het zich door de constant herhalende tekst te moeten worstelen. Velen nemen niet eens meer de moeite een prospectus grondig door te lezen, zodat de in de basis voor de consumentenbescherming opgestelde regels ruimschoots hun doel voorbij schieten. Feitelijk vormt de Wft een blokkering om de prospectussen van vastgoedbeleggingsfondsen toegankelijker te maken voor het publiek. Dat is niet goed voor de toezichthouders en uiteraard is dat slecht voor de branche zelf, de belegger neemt een beslissing tot deelname zonder de inhoud van het prospectus tot zich te hebben genomen of neemt niet deel. Dit alles is het vastgoed en haar aanbieders onwaardig.

De opgave aan de branche en aan haar toezichthouders moet zijn om tot vereenvoudiging van wet- en regelgeving te komen zodat aanbieders zich niet meer onttrekken aan het toezicht, prospectussen leesbaarder, dunner en transparanter worden en geen ingewikkelde structuren meer worden ingericht. Aanbieders dienen de cliënten met open vizier te kunnen informeren.

Het wordt tijd dat wij als branche, nadrukkelijk met behoud van kwaliteit, streven naar vereenvoudiging van wet- en regelgeving en een betere toegankelijkheid. Wil de vastgoedbranche overleven dan zullen we veel meer moeten innoveren.

Niek van Dijck, voorzitter branchevereniging VVF.

Door Niek van Dijck | Gepubliceerd op 4 januari 2011